De onderneming diende een SBI-herzieningsverzoek in nadat zij geen tijdige aanvraag had gedaan voor de TVL-subsidie over het vierde kwartaal van 2020. De minister wees dit verzoek af omdat alleen ondernemingen die tijdig een aanvraag hadden ingediend in aanmerking kwamen voor de coulanceregeling.
De onderneming stelde dat zij door een foutieve SBI-code geen aanvraag kon indienen, omdat het systeem haar blokkeerde. Het College oordeelde echter dat het vasthouden aan de aanvraagtermijn niet onevenredig is, mede omdat de onderneming haar SBI-code zelf had kunnen wijzigen en geen contact had gezocht tijdens de aanvraagperiode.
De minister hoefde de (pro forma) aanvraag niet inhoudelijk te beoordelen en het beroep werd ongegrond verklaard. De onderneming kreeg geen proceskosten toegekend.