ECLI:NL:CBB:2024:486
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vaststelling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 op basis van omzetbelasting
De minister heeft de subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het vierde kwartaal van 2021 vastgesteld op € 0,- en het betaalde voorschot van € 1.200,- teruggevorderd omdat de onderneming niet voldeed aan het vereiste van ten minste 20% omzetverlies.
De onderneming stelde dat de minister bij de vaststelling van de subsidie ten onrechte is uitgegaan van de omzet uit de aangifte omzetbelasting, terwijl de daadwerkelijke omzet volgens haar hoger was. Een deel van de omzet uit de aangifte over Q4 2021 zou betrekking hebben op andere kwartalen. De minister gebruikte echter bewust de omzet uit de aangifte omzetbelasting om de administratieve lasten te beperken.
Het College heeft geoordeeld dat de minister terecht is uitgegaan van de omzet uit de aangifte omzetbelasting, conform eerdere jurisprudentie. De verwijzing van de onderneming naar een afwijkende vaststelling over Q1 2021 leidt niet tot een ander oordeel. Het beroep is daarom kennelijk ongegrond verklaard en de subsidie van € 0,- blijft gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van de onderneming tegen het besluit tot vaststelling van de subsidie TVL Q4 2021 wordt ongegrond verklaard en de subsidie blijft vastgesteld op € 0,-.