ECLI:NL:CBB:2024:513
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidie vaste lasten financiering COVID-19 wegens onvoldoende vaste lasten
De ondernemer heeft een aanvraag ingediend voor subsidie op grond van de Regeling subsidie financiering vaste lasten COVID-19 (TVL) voor de periode januari tot en met maart 2022. De minister heeft deze aanvraag op 4 mei 2022 afgewezen omdat de ondernemer niet voldeed aan het vereiste van minimaal € 1.500 aan vaste lasten in de referentieperiode juli tot en met september 2020.
De ondernemer heeft bezwaar gemaakt tegen deze afwijzing, maar dit bezwaar is op 18 november 2022 ongegrond verklaard. Vervolgens heeft de ondernemer beroep ingesteld tegen dit besluit. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven heeft het beroep zonder zitting behandeld en geoordeeld dat de minister terecht de vaste lasten forfaitair heeft berekend met 33% van de omzet in de referentieperiode, conform de Standaard Bedrijfsindelingcode Vervoer over land.
De omzet over de periode 1 juli tot en met 31 december 2020 bedroeg € 3.305,-. Hiervan is 33% € 1.090,65, wat onder de drempel van € 1.500,- ligt. Daarom is de subsidieaanvraag terecht afgewezen. Het College erkent de frustratie over de lange procedure, maar dit leidt niet tot toekenning van subsidie. Het beroep wordt derhalve ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de ondernemer niet voldoet aan het vereiste van minimaal € 1.500 vaste lasten.