ECLI:NL:CBB:2024:552
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 afgewezen wegens juiste omzetbepaling
Een ondernemer exploiteert een transportbedrijf en ontving TVL-subsidie voor het vierde kwartaal van 2021. De minister stelde de subsidie vast op nihil en vorderde het betaalde voorschot terug, omdat de omzetcorrectie vanwege de verkoop van bedrijfsvoertuigen leidde tot onvoldoende omzetverlies. De ondernemer voerde aan dat de verkoop van bedrijfsvoertuigen geen onderdeel is van de bedrijfsactiviteiten en dat de opbrengst niet tot de omzet gerekend moet worden.
De minister handhaafde zijn standpunt dat de omzet wordt bepaald aan de hand van de aangifte omzetbelasting, zoals voorgeschreven in de TVL-regeling, en dat hiervan niet afgeweken kan worden. Het College bevestigde dat de regelgever bewust heeft gekozen voor deze methode om uitvoerbaarheid en administratieve lasten te beperken. Eerdere uitspraken ondersteunen dat verkoop van bedrijfsvoertuigen meetelt bij de omzetbepaling.
Het College oordeelde dat er geen uitzonderlijke omstandigheden zijn die afwijking van de omzetbepaling rechtvaardigen en dat de minister niet verplicht is een eerdere fout in een andere subsidieperiode te herhalen. De subsidie is terecht op nihil vastgesteld en het beroep is ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de ondernemer tegen het terugvorderen van de TVL-subsidie wordt ongegrond verklaard.