ECLI:NL:CBB:2024:613
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid bezwaarschriften subsidie vaste lasten COVID-19 ongegrond verklaard
De onderneming heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven waarin haar bezwaren tegen besluiten van de minister over subsidie vaste lasten COVID-19 niet-ontvankelijk werden verklaard vanwege te late indiening.
De bezwaartermijnen waren verstreken op 1 april 2021 en 11 augustus 2021, terwijl de bezwaarschriften pas op 16 juni 2022 werden ontvangen. De onderneming voerde aan dat een medewerker belast met de subsidieaanvragen na ontvangst van het besluit contact had met RVO en dat hij door een herseninfarct tijdelijk arbeidsongeschikt was geweest, waardoor de overschrijding niet aan hen kon worden toegerekend.
Het College oordeelde dat hoewel het herseninfarct het te late indienen deels kan rechtvaardigen, de lange periode tussen de terugkeer van de medewerker en de indiening van de bezwaarschriften niet is verklaard. De situatie was niet vergelijkbaar met eerdere uitspraken waarin overschrijding werd geaccepteerd.
Daarom zijn de termijnoverschrijdingen niet verschoonbaar en blijft de niet-ontvankelijkverklaring in stand. Het verzet wordt ongegrond verklaard en de beroepen worden niet inhoudelijk behandeld. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de bezwaarschriften blijven niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.