Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 17 september 2024 in de zaken tussen
de Autoriteit Consument en Markt (ACM)
Procesverloop
Overwegingen
2 juni 2020.
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Zuivelcoöperatie FrieslandCampina (ZFC) is eigenaar van een bedrijfsterrein met een kaasfabriek geëxploiteerd door FrieslandCampina Nederland (FCN). FCN verzocht Liander om een tweede aansluiting (AC5) op het openbare net, welke werd geweigerd. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) verklaarde de klachten van FCN ongegrond en bevestigde dat Liander slechts één aansluiting per WOZ-object hoeft te realiseren.
ZFC en FCN stelden dat het bedrijfsterrein uit meerdere WOZ-objecten bestaat en dat Liander onterecht het verzoek tot een tweede aansluiting weigerde. Het College oordeelde dat het bedrijfsterrein functioneel en organisatorisch één WOZ-object vormt, met FCN als enige afnemer en gebruiker. Het stelsel van verbindingen is geen net in de zin van de Elektriciteitswet omdat er slechts één afnemer is.
Verder oordeelde het College dat Liander het aanbod voor een aansluiting met grotere capaciteit (AC6a) mocht doen en dat de voorwaarde tot verwijdering van de bestaande aansluiting bij realisatie van de nieuwe aansluiting gerechtvaardigd is. De kosten voor verwijdering mogen aan FCN worden opgelegd. De beroepen van FCN en ZFC zijn daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen van FCN en ZFC zijn ongegrond verklaard; Liander hoefde geen tweede aansluiting te realiseren en mocht voorwaarden stellen voor verwijdering van de bestaande aansluiting.