ECLI:NL:CBB:2024:700
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling subsidiabele oppervlakte en sancties bij landbouwsubsidie in getijdengebied Verdronken land van Saeftinghe
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft de vaststelling van de subsidiabele oppervlakte van perceel 4 in het Verdronken land van Saeftinghe voor de jaren 2017 en 2018. Het gebied wordt gekenmerkt door getijdenwerking en een grillig netwerk van waterlopen, waardoor de grens van het perceel jaarlijks varieert. De Stichting Het Zeeuwse Landschap is eigenaar van het gebied en heeft de landbouwer een deel in gebruik gegeven op basis van een pachtovereenkomst.
De minister heeft de basis- en vergroeningsbetalingen herberekend en teruggevorderd omdat de landbouwer een te groot areaal had opgegeven (137,06 ha), terwijl de minister slechts 92,53 ha als subsidiabel aanmerkte. De minister baseerde zich op een gedetailleerde kaart van de Stichting, die het perceel conform de afrastering had ingetekend. Het College oordeelt dat de minister hier terecht aansluiting bij zocht en dat de landbouwer geen onschuld kan claimen voor de overdeclaratie.
Daarnaast is vastgesteld dat de minister een aftrek voor waterpoelen mocht toepassen, aangezien deze niet als landbouwareaal gelden. De sanctie op grond van artikel 19bis van Verordening 640/2014 is eveneens terecht opgelegd vanwege het verschil tussen opgegeven en geconstateerde oppervlakte. De beroepen van de landbouwer worden ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en de minister heeft de oppervlakte en sanctie terecht vastgesteld.