ECLI:NL:CBB:2024:701
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag vaste lasten financiering COVID-19 wegens te late indiening niet in strijd met evenredigheidsbeginsel
De onderneming diende een subsidieaanvraag in voor de vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) over het eerste kwartaal van 2022, maar deze werd na de aanvraagperiode ingediend en daarom afgewezen door de minister. De onderneming stelde dat persoonlijke omstandigheden en problemen met haar boekhouder de vertraging veroorzaakten en voerde aan dat de afwijzing onevenredig was.
Het College oordeelde dat de aanvraagperiode strikt was vastgesteld en dat de minister geen ruimte had om een te late aanvraag te honoreren. Het feit dat de boekhouder nalatig was, kwam voor risico van de onderneming, die tijdig had moeten zorgen voor een correcte indiening. Ook het kortere tijdsbestek van de aanvraagperiode en de financiële gevolgen van de afwijzing rechtvaardigden geen afwijking van het beleid.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Het College benadrukte dat het evenredigheidsbeginsel niet werd geschonden en dat de gevolgen van een te late aanvraag voor rekening van de onderneming komen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de subsidieaanvraag wegens te late indiening wordt ongegrond verklaard.