Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
Procesverloop
30 mei 2022.
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het verzet gegrond;
- verklaart het beroep ongegrond.
College van Beroep voor het bedrijfsleven
De onderneming heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Economische Zaken en Klimaat van 30 mei 2022, waarin het bezwaar op een subsidieaanvraag voor vaste lasten COVID-19 werd afgewezen wegens termijnoverschrijding. Het College verklaarde het beroep aanvankelijk niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de beroepstermijn en het niet-verschoonbaar zijn daarvan.
Na het instellen van verzet heeft het College geoordeeld dat de termijnoverschrijding in beroep wel verschoonbaar is, mede gelet op een eerdere uitspraak waarin een termijn van zes weken geldt. Het verzet is daarom gegrond verklaard en het onderzoek wordt voortgezet.
Echter, het bezwaar zelf was niet tijdig ingediend: het bezwaarschrift werd pas na de bezwaartermijn ontvangen en de onderneming kon niet aannemelijk maken dat het tijdig was gepost. Hierdoor is het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard en het beroep ongegrond.
Proceskosten in verzet en beroep worden niet toegewezen. De uitspraak is gedaan door het College van Beroep voor het bedrijfsleven op 15 oktober 2024.
Uitkomst: Het verzet is gegrond verklaard wegens verschoonbare termijnoverschrijding in beroep, maar het beroep is ongegrond vanwege niet-verschoonbare termijnoverschrijding in bezwaar.