ECLI:NL:CBB:2024:789
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen afwijzing subsidie TVL wegens onvoldoende omzetverlies ongegrond verklaard
Een ondernemer heeft verzet aangetekend tegen een eerdere uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven waarin zijn beroep tegen het besluit van de minister van Economische Zaken om de subsidie op grond van de Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19 (TVL) voor juni tot en met september 2020 op nihil vast te stellen, werd verworpen.
De ondernemer voerde aan dat de verkoopopbrengst van een boot niet tot de omzet van zijn onderneming behoorde, omdat deze verkoop niet tot de normale bedrijfsvoering behoort maar noodzakelijk was om rekeningen te betalen. Het College heeft dit betoog reeds in de eerdere uitspraak verworpen, stellende dat volgens de gegevens van de Belastingdienst de opbrengst wel tot de omzet behoort.
Daarnaast oordeelde het College dat het gebruik van de gegevens van de Belastingdienst voor de berekening van het omzetverlies een bewuste keuze van de regelgever is om de uitvoerbaarheid en beperking van administratieve lasten te waarborgen, en dat dit geen onredelijk uitgangspunt is.
In het verzet heeft de ondernemer geen nieuwe gronden aangevoerd die de eerdere uitspraak zouden kunnen doen wijzigen. Daarom verklaart het College het verzet ongegrond en is de zaak hiermee definitief afgesloten.
Uitkomst: Het verzet van de ondernemer tegen de afwijzing van de TVL-subsidie wordt ongegrond verklaard.