ECLI:NL:CBB:2024:790
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen afwijzing subsidie vaste lasten financiering COVID-19 ongegrond verklaard
De ondernemer heeft verzet aangetekend tegen de uitspraak van het College van 18 juni 2024, waarin het beroep tegen het besluit van de minister van Economische Zaken van 16 december 2022 ongegrond werd verklaard. De subsidie voor de vaste lasten financiering COVID-19 over het vierde kwartaal van 2021 werd vastgesteld op nul, omdat de ondernemer niet voldeed aan het vereiste van minimaal 20% omzetverlies.
De ondernemer stelde dat een deel van de omzet die in het vierde kwartaal van 2021 was opgegeven, betrekking had op prestaties uit het derde kwartaal van 2021, omdat de onderneming in het vierde kwartaal gesloten was. Dit betoog werd door het College verworpen, omdat de omzetbelastingaangifte leidend is en het factuurstelsel bepaalt dat de datum van de factuur het tijdvak van de omzetbepaling aangeeft, niet de datum van de prestatie.
Daarnaast faalde het beroep op het evenredigheidsbeginsel omdat niet was gebleken van een uitzonderlijke situatie die het besluit onevenredig nadelig maakt. Het College concludeerde dat het verzet geen nieuwe gronden bevatte om de eerdere uitspraak te wijzigen en verklaarde het verzet ongegrond, waarmee de zaak definitief werd afgesloten.
Uitkomst: Het College verklaart het verzet ongegrond en bevestigt dat de subsidie terecht op nul is vastgesteld wegens onvoldoende omzetverlies.