ECLI:NL:CBB:2024:838
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoeken subsidie vaste lasten financiering COVID-19 wegens ontbreken nieuwe feiten
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft herzieningsverzoeken van een onderneming tegen de vaststelling van subsidies voor het eerste en tweede kwartaal van 2021 onder de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL).
De onderneming diende suppletieaangiften omzetbelasting in, waarna herzieningsverzoeken werden ingediend met het verzoek de subsidie op basis van deze aangepaste omzetgegevens te herzien. De minister wees deze verzoeken af, stellende dat de suppletieaangiften geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden vormden zoals bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Het College oordeelde dat de minister bevoegd was om de verzoeken af te wijzen zonder inhoudelijke heroverweging, omdat de suppletieaangiften berusten op reeds bekende gegevens uit de eigen boekhouding en niet als nieuwe feiten gelden. Ook het advies van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland om herzieningsverzoeken in te dienen werd niet als nieuw feit beschouwd.
Verder werd geoordeeld dat de afwijzing niet evident onredelijk was en niet in strijd met het verbod op willekeur, mede omdat voor latere kwartalen wel rekening was gehouden met suppletieaangiften die tijdig in bezwaar waren ingebracht. De beroepen werden ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De minister mocht de herzieningsverzoeken afwijzen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.