ECLI:NL:CBB:2024:843
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag vaste lasten financiering COVID-19 wegens niet-tijdige indiening
De onderneming, omgezet van V.O.F. naar B.V. en ingeschreven op 5 juni 2020, diende een subsidieaanvraag in het kader van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het tweede kwartaal van 2021 in. De minister wees deze aanvraag af omdat deze buiten de aanvraagperiode was ingediend. De onderneming voerde aan dat zij door eerdere technische problemen en communicatie met de minister mocht vertrouwen op een latere indiening, en dat weigering in strijd zou zijn met het vertrouwensbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel en het fair play-beginsel.
Het College oordeelde dat de aanvraag niet tijdig was ingediend, wat volgens de regeling en de Algemene wet bestuursrecht een geldige reden voor afwijzing is. De onderneming kon niet aantonen dat zij daadwerkelijk heeft geprobeerd de aanvraag binnen de termijn in te dienen. Er was onvoldoende bewijs dat de minister toezeggingen had gedaan die een beroep op het vertrouwensbeginsel konden rechtvaardigen. Ook de overige beginselen werden niet voldoende onderbouwd om de afwijzing te weerleggen.
Het College concludeerde dat het vasthouden aan de aanvraagperiode niet onevenredig is, ondanks de moeilijke situatie van de onderneming. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de minister hoefde geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De subsidieaanvraag voor het tweede kwartaal van 2021 is terecht afgewezen wegens niet-tijdige indiening.