Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
[naam 2], te [woonplaats] (ondernemer)
College van Beroep voor het bedrijfsleven
De ondernemer verzocht herziening van het vaststellingsbesluit van de minister van Economische Zaken over de subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het vierde kwartaal van 2021. In het vaststellingsbesluit was de subsidie vastgesteld op € 0,- en was een voorschot van € 4.268,37 teruggevorderd. De minister wees het herzieningsverzoek af omdat geen sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.
De ondernemer stelde dat de minister onjuist had gerekend door omzetbelastinggegevens te gebruiken terwijl zij geen aangifte omzetbelasting doet, maar kansspelbelasting betaalt. Volgens de ondernemer had de minister de omzet uit de kansspelbelastingaangiften moeten gebruiken, waaruit een omzetverlies van minder dan 20% zou blijken.
Het College oordeelde dat deze gegevens geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn, omdat de ondernemer deze informatie al had kunnen en moeten aanvoeren in de bezwaarprocedure tegen het vaststellingsbesluit. De minister had op basis van deze gegevens het besluit genomen en vastgesteld dat het omzetverlies niet voldeed aan de 20%-eis. Het afwijzingsbesluit was daarom niet evident onredelijk.
Het beroep werd dan ook ongegrond verklaard. De uitspraak is gedaan zonder zitting op 26 november 2024 door het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Uitkomst: Het beroep van de ondernemer tegen het afwijzingsbesluit herzieningsverzoek TVL Q4 2021 wordt ongegrond verklaard.