ECLI:NL:CBB:2025:165

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
25 februari 2025
Publicatiedatum
13 maart 2025
Zaaknummer
23/1254
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen afwijzing herzieningsverzoek subsidie vaste lasten COVID-19 ongegrond verklaard

Een ondernemer heeft verzet ingesteld tegen een eerdere uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven waarin het beroep tegen een besluit van de minister van Economische Zaken werd afgewezen. De ondernemer stelde dat de subsidie ten onrechte op nul was vastgesteld omdat bij de berekening omzetgegevens van de Belastingdienst werden gebruikt terwijl hij geen aangiften omzetbelasting indient, maar kansspelbelasting betaalt.

Het College heeft overwogen dat de ondernemer in het verzet geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden heeft aangevoerd die de eerdere uitspraak onjuist maken. De aangevoerde omstandigheden hadden in een eerdere bezwaarprocedure tegen het vaststellingsbesluit moeten worden ingebracht.

Daarom verklaart het College het verzet ongegrond en eindigt de zaak met deze uitspraak. Hiermee wordt bevestigd dat de subsidie op juiste gronden is vastgesteld en dat de ondernemer geen recht heeft op herziening op basis van de aangevoerde argumenten.

Uitkomst: Het College verklaart het verzet ongegrond en bevestigt de afwijzing van het herzieningsverzoek subsidie vaste lasten COVID-19.

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

Zaaknummer: 23/1254
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op verzet van de enkelvoudige kamer van 25 februari 2025
Rechter: mr. B. Bastein
Griffier: mr. A. Verhoeven

Partijen

[naam 1], handelend onder de naam [naam 2] , te [woonplaats] (de ondernemer), waarvoor niemand aanwezig was
en

de minister van Economische Zaken, waarvoor aanwezig zijn mr. S. Piron enmr. drs. G.O. Hoeksma

Beslissing

Het College verklaart het verzet ongegrond.

Overwegingen

1. De ondernemer heeft verzet gedaan tegen de uitspraak van het College met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dus zonder zitting, van 26 november 2024 (ECLI:NL:CBB:2024:854 (https://pi.rechtspraak.minjus.nl/)).
2 Met die uitspraak heeft het College het beroep van de ondernemer tegen het besluit van de minister van 11 mei 2023 ongegrond verklaard. Het College heeft daarin geoordeeld dat de minister het herzieningsverzoek van de ondernemer terecht had afgewezen, omdat de ondernemer geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden naar voren had gebracht.
3 De ondernemer heeft in verzet aangevoerd dat de nieuwe omstandigheden zijn dat voor de berekening van de subsidie over het vierde kwartaal van 2021 gebruik is gemaakt van omzetgegevens van de Belastingdienst, terwijl er geen aangiften omzetbelasting worden ingediend door de ondernemer. De ondernemer betaalt enkel kansspelbelasting. Het omzetverlies bedraagt volgens de ondernemer 20%, zodat de subsidie ten onrechte is vastgesteld op € 0,-.
4 Het College stelt vast dat de ondernemer in verzet niets heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat de uitspraak van 26 november 2024 niet juist is. In die uitspraak heeft het College overwogen dat wat door de ondernemer is aangevoerd over de aangiften kansspelbelasting en de hoogte van de referentie- en subsidieomzet geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn. De ondernemer had dit kunnen en moeten aanvoeren in een bezwaarprocedure tegen het vaststellingsbesluit. Het verzet is daarom ongegrond. Dit betekent dat de zaak met deze uitspraak is geëindigd.
w.g. B. Bastein w.g. A. Verhoeven