ECLI:NL:CBB:2024:870
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen afwijzing subsidie vaste lasten financiering COVID-19 Q4 2021
De minister van Economische Zaken stelde de subsidie voor het vierde kwartaal van 2021 op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) vast op nul euro en vorderde het betaalde voorschot terug. De onderneming stelde bezwaar tegen dit besluit, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de onderneming beroep in bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
De onderneming voerde aan dat het omzetverlies niet berekend moest worden op basis van de omzetbelastingaangifte, omdat daarin de post 'onderhanden projecten' niet was opgenomen. Zij verwees naar het jaarrekeningenrecht en een eerdere uitspraak van het College. Het College overwoog dat de minister terecht uitging van de omzetgegevens uit de aangifte omzetbelasting, omdat de onderneming over haar gehele omzet omzetbelasting afdraagt. De post 'onderhanden projecten' is niet relevant voor de omzetberekening in dit kader.
Het College bevestigde dat de regeling bewust is ingericht om uitvoerbaar te zijn en administratieve lasten te beperken. De aangevoerde omstandigheden rechtvaardigen geen uitzondering op de systematiek. De wijze van berekening leidt niet tot strijd met het evenredigheidsbeginsel. Het beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de onderneming tegen de afwijzing van de subsidie TVL Q4 2021 wordt ongegrond verklaard.