ECLI:NL:CBB:2024:896
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing subsidie vaste lasten financiering COVID-19 wegens staatssteunplafond
De onderneming heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar subsidieaanvraag voor het derde kwartaal van 2021 onder de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL). De minister wees de aanvraag af omdat de subsidie het toen geldende staatssteunplafond van € 1.800.000,- zou overschrijden.
De onderneming stelde dat het staatssteunplafond per 18 november 2021 was verhoogd naar € 2.300.000,- zoals bepaald in de Tijdelijke kaderregeling van de Europese Commissie en dat dit ook voor Q3 2021 toegepast moest worden. Het College oordeelde echter dat het staatssteunplafond van € 1.800.000,- correct was voor Q3 2021, zoals vastgelegd in artikel 2.4.18 van de TVL en bevestigd door de minister in een brief aan de Tweede Kamer.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen omdat eerdere uitspraken een andere situatie betroffen waarbij het staatssteunplafond niet werd overschreden. De onderneming heeft ook niet onderbouwd dat het hanteren van het staatssteunplafond in het algemeen onevenredige gevolgen voor haar zou hebben.
De mondelinge uitspraak werd gedaan door rechter B. Bastein op 14 oktober 2024 en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de subsidieaanvraag voor Q3 2021 wordt ongegrond verklaard.