ECLI:NL:CBB:2024:899
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
College van Beroep verklaart beroep ongegrond bij vaststelling subsidie vaste lasten COVID-19 bij 29,9% omzetverlies
De onderneming had beroep ingesteld tegen de beslissing van de minister van Economische Zaken om de subsidie vaste lasten financiering COVID-19 voor het eerste kwartaal van 2022 vast te stellen op nihil en het betaalde voorschot terug te vorderen. De minister stelde vast dat het omzetverlies van de onderneming 29,9% bedroeg, net onder de vereiste drempel van 30% omzetverlies volgens de Regeling.
De onderneming voerde aan dat het verschil van 0,1% verwaarloosbaar is en dat de Belastingdienst bij vergelijkbare berekeningen wel afrondt op hele getallen, waardoor zij onterecht buiten de subsidie valt. Het College verwees naar eerdere uitspraken waarin is bevestigd dat het percentage omzetverlies niet mag worden afgerond, omdat de wetgever dit expliciet zo heeft bepaald en de minister geen beoordelingsruimte heeft om hiervan af te wijken.
Verder oordeelde het College dat het feit dat de onderneming net niet aan de drempel voldoet, niet leidt tot strijd met het evenredigheidsbeginsel. Een uitzondering op de regeling wordt slechts in zeer uitzonderlijke gevallen gemaakt, en het ontbreken van de vereiste omzetdaling van 30% is daarvoor onvoldoende.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de vaststelling van nihil subsidie bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep van de onderneming wordt ongegrond verklaard en de subsidie wordt vastgesteld op nihil vanwege een omzetverlies van 29,9%.