ECLI:NL:CBB:2024:919
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij bestuursdwangbesluit Wet dieren
De minister legde op 16 mei 2022 een last onder bestuursdwang op aan een melkveehouder wegens overtreding van de Wet dieren en het Besluit houders van dieren. Tevens werd medegedeeld dat het bedrijf onder verscherpt toezicht werd geplaatst, hoewel deze mededeling abusievelijk in het bestuursdwangbesluit was opgenomen en feitelijk geen uitvoering vond.
Na een bezwaarprocedure handhaafde de minister het besluit, waarna de melkveehouder beroep instelde tegen het bestreden besluit en tevens vergoeding van proceskosten vorderde. De minister stelde dat de looptijd van de last onder bestuursdwang inmiddels was verstreken en dat geen bestuursdwang was toegepast, waardoor het beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens ontbreken van procesbelang.
Het College oordeelde dat de melkveehouder geen procesbelang had bij de inhoudelijke beoordeling van het beroep, omdat de last was verstreken en de mededeling over verscherpt toezicht geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is. Ook het verzoek om proceskostenvergoeding bood geen procesbelang. Daarom verklaarde het College het beroep niet-ontvankelijk en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep van de melkveehouder wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.