ECLI:NL:CBB:2024:924
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvragen TVL tweede en derde kwartaal 2021 wegens te late indiening
De onderneming diende aanvragen in voor subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het tweede en derde kwartaal van 2021, maar deze werden afgewezen omdat ze buiten de daarvoor geldende aanvraagperioden waren ingediend. De onderneming stelde dat zij gerechtvaardigd had mogen vertrouwen op informatie van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en dat zij door gewijzigde omstandigheden alsnog aanspraak kon maken op subsidie.
De minister verweerde zich met het standpunt dat de aanvragen te laat waren ingediend en dat het beleid inzake de beoordeling van financiële moeilijkheden op 31 december 2019 pas in het voorjaar van 2022 was gewijzigd, na de aanvraagperioden. Het College oordeelde dat het de eigen verantwoordelijkheid van de onderneming was om tijdig een aanvraag in te dienen en dat er geen concrete uitlatingen waren die een gerechtvaardigd vertrouwen konden wekken dat late aanvragen alsnog in behandeling zouden worden genomen.
Verder stelde het College vast dat het vasthouden aan de aanvraagtermijnen niet onevenredig was, omdat de onderneming geen bijzondere omstandigheden had aangevoerd. Ook was er geen strijd met het vertrouwens-, rechtszekerheids-, evenredigheids-, zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en de subsidieaanvragen voor Q2 en Q3 2021 worden afgewezen wegens te late indiening.