ECLI:NL:CBB:2025:13
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidie TVL wegens onvoldoende omzetverlies volgens aangifte omzetbelasting
De onderneming, een grote onderneming die haar gehele omzet via aangifte omzetbelasting rapporteert, had subsidie aangevraagd op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het tweede kwartaal van 2021. De minister wees de aanvraag af omdat het vereiste omzetverlies van ten minste 30% niet was behaald. De onderneming voerde aan dat de omzetbepaling niet uitsluitend via de aangifte omzetbelasting kon plaatsvinden vanwege haar toepassing van de percentage of completion-methode (POC-methode) in de boekhouding, waardoor omzet en facturatie in verschillende perioden kunnen vallen.
Het College oordeelde dat de minister terecht uitgaat van de omzet zoals gerapporteerd in de aangiften omzetbelasting, omdat de onderneming over haar gehele omzet aangifte doet en dit een bewuste keuze van de regelgever is om uitvoering en controle te vergemakkelijken. De tekst van artikel 2.3.15, vijfde lid, van de TVL ondersteunt dit uitgangspunt en de onderneming kon geen bijzondere omstandigheden aantonen die een afwijking rechtvaardigen.
Ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel werd verworpen, omdat de onderneming geen bijzondere omstandigheden had gesteld die het besluit onredelijk bezwarend maken. De onderneming had in andere perioden wel subsidie ontvangen en de afwijzing voor Q2 2021 was niet onevenredig. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de onderneming tegen de afwijzing van de subsidieaanvraag TVL over Q2 2021 is ongegrond verklaard.