ECLI:NL:CBB:2025:209

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
10 maart 2025
Publicatiedatum
26 maart 2025
Zaaknummer
23/1769, 23/1770 en 23/1771
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen intrekking en afwijzing subsidies vaste lasten COVID-19 niet-ontvankelijk en ongegrond verklaard

De onderneming heeft beroep ingesteld tegen drie besluiten van de minister van Economische Zaken betreffende subsidies op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL). Twee besluiten van 6 april 2023 betreffen de intrekking van subsidies voor het derde en vierde kwartaal van 2021 en terugvordering van voorschotten. Het derde besluit van 31 maart 2022 betreft de afwijzing van een subsidieaanvraag voor het eerste kwartaal van 2022.

De bezwaarschriften tegen deze besluiten zijn na afloop van de wettelijke termijn ingediend. De minister heeft de bezwaren niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding. Het College bevestigt dat het beroep tegen het besluit van 25 juli 2023 niet tijdig is ingesteld en verklaart dit beroep niet-ontvankelijk.

Voor de andere twee beroepen oordeelt het College dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die de termijnoverschrijding rechtvaardigen. De aangevoerde omstandigheden maken het niet onmogelijk om tijdig bezwaar te maken. Daarom zijn deze beroepen ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Eén beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding, twee beroepen ongegrond verklaard tegen intrekking en afwijzing subsidies COVID-19.

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummers: 23/1769, 23/1770 en 23/1771

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de meervoudige kamer van

10 maart 2025

Rechters: mr. R.W.L. Koopmans, mr. B. Bastein en mr. W.J.A.M. Brussel

Griffier: mr. J.M. Baars

Partijen

[naam] , te [woonplaats] (onderneming)

(gemachtigden: mr. D.N. Broerse en mr. F.M. van der Laan)
en

de minister van Economische Zaken

(gemachtigde: mr. H.G.M. Wammes)

Beslissing

Het College:
  • verklaart het beroep met zaaknummer 23/1771 niet-ontvankelijk;
  • verklaart de beroepen met zaaknummers 23/1769 en 23/1770 ongegrond.

Overwegingen

1. Vast staat dat het tegen de twee besluiten van 6 april 2023 – waarbij de aan de onderneming op grond van de van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor respectievelijk het derde en vierde kwartaal van 2021 verleende subsidies zijn ingetrokken en de betaalde voorschotten zijn teruggevorderd – en het tegen het besluit van 31 maart 2022 – waarbij de subsidieaanvraag voor het eerste kwartaal van 2022 is afgewezen – gerichte bezwaarschrift na afloop van de bezwaartermijn is ingediend. Omdat volgens de minister geen sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding, heeft hij de bezwaren met de besluiten van 7 augustus 2023 (zaaknummer 23/1769), 31 juli 2023 (zaaknummer 23/1770) en 25 juli 2023 (zaaknummer 23/1771) niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze drie besluiten heeft de onderneming beroep ingesteld. Dat het beroep tegen het besluit van 25 juli 2023 (zaaknummer 23/1771) niet tijdig is ingesteld is niet in geschil.
Zaaknummer 23/1771
2 Hoewel het College begrip heeft voor de aangevoerde omstandigheden, ziet het daarin geen grond voor het oordeel dat de overschrijding van de beroepstermijn niet aan de onderneming kan worden toegerekend. Van bijzondere omstandigheden die maken dat de onderneming verhinderd was om tijdig beroep in te stellen is niet gebleken. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
Zaaknummers 23/1769 en 23/1770
3 Het College is van oordeel dat de minister de tegen de besluiten van 6 april 2023 gemaakte bezwaren terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. De door de onderneming aangevoerde omstandigheden vormen geen aanleiding om te oordelen dat het voor haar onmogelijk was om binnen de bezwaartermijn (pro-forma) bezwaar te maken. Dat het (tegen de besluiten van 6 april 2023 gerichte) bezwaarschrift niet tijdig is ingediend, kan daarom aan de onderneming worden toegerekend. De beroepen zijn ongegrond.
Zaaknummers 23/1769, 23/1770 en 23/1771
4 De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. R.W.L. Koopmans w.g. J.M. Baars