ECLI:NL:CBB:2025:21
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidie vaste lasten financiering COVID-19 wegens te late aanvraag
De zaak betreft vier afzonderlijke besluiten van de minister van Economische Zaken waarbij pro-forma-aanvragen voor subsidie op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor verschillende kwartalen zijn afgewezen wegens te late indiening.
De onderneming erkent de te late indiening en voert aan dat onduidelijkheid over de adviestool en het aanvraagformulier, die alleen omzet uit de aangifte omzetbelasting meenemen, tot haar besluit heeft geleid geen aanvragen in te dienen. Zij stelt dat de minister het vertrouwensbeginsel en het evenredigheidsbeginsel heeft geschonden.
Het College oordeelt dat de minister terecht de aanvragen heeft afgewezen omdat de aanvraagtermijnen dwingend zijn en geen uitzonderlijke omstandigheden zijn aangevoerd die afwijking rechtvaardigen. Er is geen sprake van schending van het vertrouwensbeginsel, omdat geen concrete toezeggingen zijn gedaan. De keuze om geen aanvraag in te dienen is voor risico van de onderneming.
De beroepen worden ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van de subsidieaanvragen wegens te late indiening worden ongegrond verklaard.