ECLI:NL:CBB:2025:240
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing subsidieaanvraag ongedekte vaste kosten Q3 2021 wegens te late indiening niet in strijd met evenredigheids- en vertrouwensbeginsel
De onderneming diende een aanvraag in voor subsidie op grond van de Regeling subsidie financiering ongedekte vaste kosten land- en tuinbouwbedrijven COVID-19 (OVK) voor het derde kwartaal van 2021, maar deed dit pas op 22 december 2023, ruim na de uiterste aanvraagdatum van 15 november 2021.
De minister wees de aanvraag af omdat deze buiten de aanvraagperiode was ingediend en verklaarde het bezwaar ongegrond. De onderneming voerde aan dat bijzondere omstandigheden en toezeggingen van de minister haar hadden doen geloven dat een latere aanvraag mogelijk was, en dat het vertrouwensbeginsel was geschonden.
Het College oordeelde dat de onderneming ten onrechte meende dat zij pas na het verkrijgen van de maximale TVL-subsidie een aanvraag kon indienen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de communicatie van de minister niet concreet genoeg was om een gerechtvaardigd vertrouwen te wekken.
Het College benadrukte dat tijdige indiening een dwingende voorwaarde is en dat het afwijzen van te late aanvragen niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. De onderneming liep financieel nadeel, maar dat rechtvaardigde geen afwijking van de regeling.
Daarom verklaarde het College het beroep ongegrond en hoefde de minister geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de subsidieaanvraag wegens te late indiening wordt ongegrond verklaard.