ECLI:NL:CBB:2025:27
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
College van Beroep voor het bedrijfsleven beslist over verschoningsrecht advocaat in tuchtprocedures accountants
In deze zaak hebben [naam 1] en [naam 2] hoger beroep ingesteld tegen uitspraken van de accountantskamer in tuchtprocedures. Centraal staat de vraag of [naam 1], een advocaat, nog een beroep kan doen op zijn verschoningsrecht ten aanzien van stukken die hij zelf in de procedures heeft ingebracht.
Het College stelt vast dat omdat [naam 1] deze stukken, waaronder e-mailberichten en adviezen, zelf ter onderbouwing van zijn klachten heeft ingebracht, hij in deze procedures tegenover de wederpartij en het College geen beroep meer kan doen op het verschoningsrecht. Dit betekent dat [naam 2] in de procedure vrij is om uit de inhoud van deze stukken te citeren, te parafraseren of ernaar te verwijzen.
Het College benadrukt dat het belang van het verschoningsrecht vooral ligt in bescherming van cliënten van de advocaat, die in deze procedures niet betrokken zijn. Buiten deze procedures blijft het verschoningsrecht van [naam 1] onverminderd van kracht. Tevens wordt de mogelijkheid van een zitting achter gesloten deuren genoemd om vertrouwelijkheid te waarborgen.
Het College stelt [naam 2] in de gelegenheid zijn beroepsgronden aan te vullen binnen vier weken, waarna [naam 1] vier weken krijgt om te reageren. De behandeling van de zaak wordt uitgesteld en verdere beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: Het College bepaalt dat de advocaat zijn verschoningsrecht niet meer kan inroepen ten aanzien van zelf ingebrachte stukken in deze tuchtprocedures, zodat de accountant zich daartegen kan verweren.