ECLI:NL:CBB:2025:288
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar subsidie vaste lasten COVID-19
De onderneming had een subsidieaanvraag voor het eerste kwartaal van 2022 ingediend op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL). De minister wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens te late indiening. De onderneming maakte bezwaar tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en stelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat zij geen notificatie-e-mail had ontvangen en niet kon verwachten dat al binnen drie dagen een besluit zou worden genomen.
Het College oordeelde dat de minister weliswaar een notificatie-e-mail had verzonden, maar achtte de ontkenning van ontvangst door de onderneming geloofwaardig gezien haar gebruikelijke werkwijze en eerdere ervaringen. Tevens was de termijnoverschrijding beperkt en was de onderneming na kennisname van het besluit snel in bezwaar gekomen. Hierdoor werd de termijnoverschrijding als verschoonbaar beoordeeld.
Het verzet werd gegrond verklaard, de eerdere uitspraak verviel en het onderzoek werd hervat. Het College vernietigde het besluit van 2 augustus 2022 en beval de minister om opnieuw en inhoudelijk op het bezwaar te beslissen. Daarnaast werd de Staat veroordeeld tot een immateriële schadevergoeding van €1.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn en tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het verzet en beroep zijn gegrond verklaard, het niet-ontvankelijkheidsbesluit vernietigd en de minister opgedragen opnieuw inhoudelijk te beslissen op het bezwaar.