Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 mei 2025 in de zaak tussen
[naam 1] , te [woonplaats 1] ( [naam 1] )
de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Procesverloop
.
College van Beroep voor het bedrijfsleven
De minister van Landbouw legde op 2 september 2022 een last onder dwangsom op aan appellant vanwege het niet voldoen aan de identificatie-eisen voor schapen volgens EU-verordeningen en nationale regelgeving. De schapen waren slechts voorzien van een elektronisch oormerk met chip en nummer, maar ontbrak een conventioneel oormerk zonder chip, waardoor niet aan de tweevoudige identificatieplicht werd voldaan.
Na een hercontrole op 2 januari 2023 constateerden toezichthouders opnieuw dat meer dan twintig schapen slechts met één elektronisch merk waren gemerkt. De minister besloot daarop tot invordering van de dwangsom van € 5.000,-. Appellant voerde aan dat zijn schapen visueel en elektronisch waren gemerkt en verwees naar een eerdere uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar kon dit niet onderbouwen.
Het College oordeelde dat de minister terecht handhavend optrad, dat het toezichtrapport voldoende bewijs leverde en dat de Europese regelgeving duidelijk voorschrijft dat schapen met twee verschillende identificatiemiddelen moeten zijn gemerkt. Het beroep tegen het dwangsombesluit en het invorderingsbesluit werd ongegrond verklaard. Tevens werd appellant vrijstelling van griffierecht verleend wegens onvoldoende financiële draagkracht.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom en het invorderingsbesluit wordt ongegrond verklaard en de dwangsom van € 5.000,- wordt bevestigd.