ECLI:NL:CBB:2017:104
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Beslissing over kostenverhaal spoedbestuursdwang dieren in detentie situatie
In deze zaak heeft de curator van M.J.H. van der Beek beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Economische Zaken tot kostenverhaal van spoedbestuursdwang op honden, katten en kippen van [naam 2]. De kosten werden aanvankelijk vastgesteld op €5.559,73 en later teruggebracht naar €5.378,53.
De feiten betreffen een politieonderzoek waarbij dieren in bewaring zijn genomen omdat de eigenaar en diens partner in Engeland gedetineerd waren en niemand de dieren kon verzorgen. Het besluit tot spoedbestuursdwang is onherroepelijk omdat daartegen geen bezwaar is gemaakt. Appellante betoogde dat zij onjuist geïnformeerd was over de kosten en dat bijzondere omstandigheden, zoals de detentie en financiële situatie van haar zoon, tot afzien van kostenverhaal zouden moeten leiden.
Het College oordeelt dat de kosten terecht op [naam 2] worden verhaald omdat hij als houder verantwoordelijk is voor de dieren, ook tijdens afwezigheid. De stelling dat er toezeggingen waren dat geen kosten zouden worden gemaakt, is onvoldoende onderbouwd. De detentie en financiële situatie van [naam 2] vormen geen bijzondere omstandigheden om af te zien van kostenverhaal.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het kostenverhaal van spoedbestuursdwang wordt ongegrond verklaard en proceskostenveroordeling wordt afgewezen.