ECLI:NL:CBB:2025:44
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroepen ongegrond tegen lagere vaststellingen subsidie vaste lasten financiering COVID-19
Een onderneming diende aanvragen in voor subsidie vaste lasten financiering (TVL) voor Q2 2021, Q3 2021 en Q1 2022. De minister stelde de subsidies voor Q3 2021 en Q1 2022 lager vast dan aangevraagd, en voor Q2 2021 hoger. De minister baseerde de omzetverliesberekening op de omzetbelastingaangiften van de Belastingdienst.
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelde dat de minister terecht uitging van de gegevens van de Belastingdienst, aangezien de onderneming over haar gehele omzet omzetbelasting betaalt. Het beroep van de onderneming op het rechtszekerheidsbeginsel faalde, omdat het gebruik van eigen administratie in eerdere verzoeken onvoldoende was om de minister te binden.
De minister had toegelicht dat bij twee vaststellingen ten onrechte niet de omzetbelastingaangifte was gevolgd, maar de eigen administratie van de onderneming, zonder overleg. Dit was onvoldoende om het rechtszekerheidsbeginsel te schenden. Het College verklaarde de beroepen ongegrond en bevestigde de lagere subsidievaststellingen.
Uitkomst: Het College verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de lagere subsidievaststellingen voor Q3 2021 en Q1 2022.