Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
en
de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Procesverloop in hoger beroep
Grondslag van het geschil
Aangevallen uitspraak
Cautie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
De maatschap exploiteert een vleeskalveren- en melkveebedrijf en kreeg een boete opgelegd wegens overschrijding van de gebruiksnormen dierlijke meststoffen en fosfaat in 2017. De minister stelde de boete vast op €64.624,- na correcties en matiging wegens overschrijding van de beslistermijn.
De rechtbank vernietigde het besluit deels en matigde de boete verder tot €53.699,20 wegens overschrijding van de redelijke termijn. De maatschap voerde hoger beroep aan tegen de boete en stelde onder meer dat zij feitelijke beschikkingsmacht had over vier percelen landbouwgrond en dat correcties op mestvoorraden onterecht waren.
Het College bevestigt het oordeel van de rechtbank dat de maatschap geen geldige juridische titel had voor het gebruik van de percelen en dat de minister terecht deze percelen buiten beschouwing liet. Ook oordeelt het College dat de minister de mestvoorraden correct heeft vastgesteld en dat een extra correctie op begin- en eindvoorraad niet gerechtvaardigd is. De matiging wegens overschrijding van de redelijke termijn is voldoende. Het hoger beroep wordt afgewezen en de boete blijft ongewijzigd.
Uitkomst: Het College bevestigt de boete van €53.699,20 wegens overschrijding van de gebruiksnormen Meststoffenwet en wijst het hoger beroep af.