Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
beslissing op het wrakingsverzoek van
[naam 2], te [woonplaats 2] , en
[naam 3], te [woonplaats 2] (verzoekers).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen mr. D. Brugman, rechter bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven, vanwege vermeende partijdigheid en procedurele beslissingen tijdens de behandeling van hun verzet tegen eerdere uitspraken. Zij stelden onder meer dat mr. Brugman uitspraken had geantedateerd en stukken buiten het dossier hield, wat volgens hen duidde op obstructie en schending van grondrechten.
De wrakingskamer oordeelde dat alleen concrete feiten of omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid opleveren, kunnen leiden tot wraking. Procedurele beslissingen, zoals het niet toelaten van laat ingediende stukken, zijn geen grond voor wraking tenzij deze onomstotelijk wijzen op partijdigheid, wat hier niet het geval was.
Ook de aantijgingen over het antedateren van uitspraken werden feitelijk weerlegd door administratieve gegevens van het College. Verder waren algemene verwijten over obstructie en het ontnemen van grondrechten onvoldoende concreet onderbouwd.
De wrakingskamer concludeerde dat verzoekers hun wrakingsgronden niet aannemelijk hadden gemaakt en wees het verzoek af. De behandeling van het verzet door mr. Brugman wordt voortgezet. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. D. Brugman wordt afgewezen wegens gebrek aan concrete aanwijzingen voor partijdigheid.