Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 december 2024 in de zaken tussen
[naam 1] B.V., te [plaats] (onderneming)
de minister van Economische Zaken
Procesverloop
Overwegingen
Beoordeling door het College
Conclusie
Verzoek om schadevergoeding en nadeelcompensatie
Overschrijding van de redelijke termijn
3 augustus 2021. Dat betekent dat op het moment van deze uitspraak de termijn van twee jaar met een jaar en vier maanden is overschreden. Van factoren die aanleiding geven om de overschrijding van de behandelingsduur gerechtvaardigd te achten is geen sprake. Dat betekent dat de onderneming recht heeft op € 1.500,- schadevergoeding. In zaken waarin een besluit na een eerdere vernietiging opnieuw aan de rechter wordt voorgelegd wordt de overschrijding van de redelijke termijn in beginsel volledig toegerekend aan het bestuursorgaan. Nu in dit geval de rechterlijke fase voor en na de eerdere uitspraak van 15 augustus 2023 beide keren niet langer dan anderhalf jaar heeft geduurd, wordt de overschrijding inderdaad volledig toegerekend aan de minister. Het College zal daarom op grond van artikel 8:88 van Pro de Awb de minister veroordelen tot betaling van een bedrag van € 1.500,- aan de onderneming.
Beslissing
- verklaart het beroep tegen het niet tijdig beslissen in de zaak 23/1688 niet-ontvankelijk;
- verklaart de beroepen tegen het bestreden besluit 2 en het bestreden besluit 4 niet-ontvankelijk;
- verklaart de beroepen tegen het bestreden besluit 1, het herzieningsbesluit 1, het bestreden besluit 3 en het herzieningsbesluit 2 ongegrond;
- draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 730,- (twee keer € 365,-) in de zaken 22/2213 en 23/1688 aan de onderneming te vergoeden;
- verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het verzoek om schadevergoeding wegens onrechtmatige besluitvorming;
- veroordeelt de minister tot betaling aan de onderneming van een vergoeding voor immateriële schade van € 1.500,-.