Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 2 oktober 2025 in de zaak tussen
Maatschap [naam 1] , te [woonplaats] (onderneming)
(gemachtigde: mr. W.P.N. Remie)
Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (minister)
Procesverloop
Overwegingen
Het College beoordeelt vervolgens eerst de beroepsgronden die zijn aangevoerd tegen de beleidsregel waarmee de minister de vergoeding heeft vastgesteld. Daarbij gaat het over de berekening van de geleden inkomensschade (onder 5), de vergoeding voor het niet kunnen exporteren van fokteven (onder 6) en de aftrek die is toegepast bij bedrijven die in 2020 zijn geruimd of leegstonden (onder 7). Daarbij beoordeelt het College tevens de beroepsgronden over de toepassing van de beleidsregel op de onderneming en afwijking van de beleidsregel. Onder 8 beoordeelt het College de beroepsgronden tegen de korting van 15% op de vergoeding op grond van “normaal maatschappelijk risico”. Onder 9 beoordeelt het College de beroepsgrond over de kosten die de onderneming heeft gemaakt voor het vaststellen van haar schade en het indienen van de aanvraag. Aan het slot (onder 10) komen de conclusies.
De procedure
4.3 Het College toetst de rechtsgeldigheid van de beleidsregel, voor zover bestreden in de beroepsgronden, aan de Wvp waarop deze berust, het evenredigheidsbeginsel in artikel 3:4, tweede lid, van de Awb en voor zover aan de orde aan andere algemene beginselen van behoorlijk bestuur en beoordeelt langs deze weg of de uitkomst zich verdraagt met (artikel 1 EP Pro bij) het EVRM. Daarna toetst het College of de beleidsregel in het individuele geval juist is toegepast, voor zover dat is bestreden in beroep en of er aanleiding bestaat om met toepassing van artikel 4:84 van Pro de Awb af te wijken van de beleidsregel, voor zover daar een beroep op is gedaan. Daarmee wordt tevens beoordeeld of sprake is van een “individual and excessive burden” in het kader van de toets aan artikel 1 EP Pro.
Vergoeding kosten vaststelling schade
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt de minister op binnen 16 weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van de aanwijzingen in deze uitspraak;
- draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 365,- aan de onderneming te vergoeden;