Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 2 oktober 2025 in de zaak tussen
[naam 1] , handelend onder de naam [naam 2] , te [woonplaats] (onderneming)
(gemachtigde: mr. W.P.N. Remie)
Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (minister)
Procesverloop
Overwegingen
Het College beoordeelt vervolgens eerst de beroepsgronden die zijn aangevoerd tegen de beleidsregel waarmee de minister de vergoeding heeft vastgesteld. Daarbij gaat het over de berekening van de geleden inkomensschade (onder 5), de overbruggingsvergoeding voor het vinden van vervangende arbeid voor de ondernemers (onder 6), de vergoeding voor het niet kunnen exporteren van fokteven (onder 7) en de aftrek die is toegepast bij bedrijven die in 2020 zijn geruimd of leegstonden (onder 8). Daarbij beoordeelt het College tevens de beroepsgronden over de toepassing van de beleidsregel op de onderneming en afwijking van de beleidsregel. Onder 9 beoordeelt het College de beroepsgronden tegen de korting van 15% op de vergoeding op grond van “normaal maatschappelijk risico”. Aan het slot (onder 10) komen de conclusies.
De procedure3.1 De minister heeft een vergoeding van € 1.003.919,62. De onderneming kan zich niet vinden in de hoogte van de vergoeding. Zij voert aan dat de vergoeding voor de inkomensschade van € 51,- per fokteef onvoldoende is en dat de minister deze vergoeding ten onrechte heeft verminderd met € 38,- per fokteef. Ook heeft de minister ten onrechte geen overbruggingsvergoeding voor het vinden van vervangende arbeid toegekend voor de meewerkende echtgenote. Bovendien zou de onderneming in aanmerking moeten komen voor de aanvullende vergoeding vanwege de beperking om fokteven te exporteren. Verder voert de onderneming aan dat de minister ten onrechte een korting vanwege het normale maatschappelijke risico op de totale vergoeding in mindering heeft gebracht.
Conclusies
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt de minister op binnen 16 weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van de aanwijzingen in deze uitspraak;
- draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 184,- aan de onderneming te vergoeden;