ECLI:NL:CBB:2025:83
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen afwijzing subsidie vaste lasten financiering COVID-19 ongegrond verklaard
De ondernemer heeft verzet aangetekend tegen de uitspraak van het College van 22 oktober 2024, waarin het beroep tegen het besluit van de minister van Economische Zaken van 16 mei 2023 ongegrond werd verklaard. De minister had de subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het eerste kwartaal van 2022 vastgesteld op nul, omdat de ondernemer niet voldeed aan het vereiste van minimaal 30% omzetverlies.
De ondernemer voerde aan dat de verkoopopbrengst van een bedrijfsauto een desinvestering betreft en niet als omzet moet worden beschouwd. Volgens de ondernemer wordt door de minister de systematiek van de Belastingdienst omtrent desinvesteringen onterecht overtreden, wat tot onevenredige benadeling leidt. Het College oordeelde echter dat de systematiek van de TVL-regeling uitgaat van de omzetbelastingaangifte als maatstaf voor het omzetverlies en dat andere wettelijke bepalingen omtrent desinvesteringen daaraan niet afdoen.
Het College stelde vast dat er geen concrete toezegging of onjuiste informatie door de minister was verstrekt en dat de reactie van de Belastingdienst geen toezegging van de minister inhoudt. Het verzet bevatte geen nieuwe feiten of omstandigheden die aanleiding geven tot herziening van de eerdere uitspraak. Daarom verklaarde het College het verzet ongegrond, waarmee de zaak is beëindigd.
Uitkomst: Het verzet van de ondernemer tegen de afwijzing van de TVL-subsidie over Q1 2022 wordt ongegrond verklaard.