ECLI:NL:CBB:2024:727
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 bij verkoop bedrijfsauto
De minister van Economische Zaken stelde de subsidie voor het eerste kwartaal van 2022 op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) vast op € 0,- en vorderde het betaalde voorschot terug, omdat de onderneming niet voldeed aan het vereiste van minimaal 30% omzetverlies.
De onderneming voerde aan dat de opbrengst van de verkoop van een bedrijfsauto ten onrechte als omzet was meegeteld, omdat dit volgens boekhoudkundige regels een desinvestering betreft en niet tot de omzet behoort. Zij baseerde zich daarbij op informatie van de Nederlandse Orde van Administratie- en Belastingdeskundigen en een screenshot van de RVO-website.
Het College oordeelde dat de minister terecht de omzet uit de aangifte omzetbelasting als uitgangspunt heeft genomen, inclusief de verkoopopbrengst van de bedrijfsauto, conform eerdere jurisprudentie. De omstandigheden rechtvaardigden geen afwijking van deze lijn. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel en een eerdere uitspraak van het College werd verworpen.
Daarmee is vastgesteld dat de onderneming niet aan het omzetverliescriterium voldeed en de subsidie terecht op nul werd vastgesteld. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de subsidie wordt terecht op nul vastgesteld wegens onvoldoende omzetverlies.