ECLI:NL:CBB:2025:92
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening uitspraak over subsidie vaste lasten financiering COVID-19
De onderneming verzocht het College om herziening van een uitspraak van 30 mei 2023 waarin het beroep tegen de afwijzing van een subsidieaanvraag op grond van de Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) voor het tweede kwartaal van 2021 ongegrond werd verklaard.
De onderneming stelde dat de minister bij de berekening van het omzetverlies rekening had gehouden met vooruitbetalingen in haar geval, terwijl bij andere vergelijkbare ondernemingen dat niet was gecorrigeerd, wat volgens haar leidde tot ongelijke behandeling en een onjuiste uitspraak.
Het College oordeelde dat het verzoek om herziening niet kon worden toegewezen omdat de onderneming geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die voldeden aan de voorwaarden van artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De aangevoerde informatie was reeds bekend bij de onderneming en was in de eerdere procedure behandeld.
Verder werd bevestigd dat de minister op grond van de TVL-regeling omzet definieert als het bedrag waarvoor aangifte omzetbelasting wordt gedaan, waardoor geen rekening kan worden gehouden met vooruitbetalingen. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.
De beslissing werd in het openbaar uitgesproken door mr. W.J.A.M. van Brussel op 18 februari 2025.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak over de TVL-subsidie wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.