Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 maart 2026 op het verzoek van
[naam 1] , te [woonplaats] , verzoeker
Procesverloop
1 september 2016 te herzien (het tweede herzieningsverzoek).
3 juni 2025 en 26 augustus 2025, heeft verzoeker het College nog een keer verzocht de uitspraak van 1 september 2016 te herzien (het derde herzieningsverzoek).
Overwegingen
29 augustus 2023 heeft overwogen, hanteert hij bij de beoordeling van een verzoek om herziening, hoewel de indiening ervan niet aan enige wettelijke termijn is gebonden, het “onredelijk laat-criterium”. De indiening van een herzieningsverzoek wordt als onredelijk laat aangemerkt als het is ingediend meer dan een jaar na het bekend worden met de daarin gestelde nieuwe feiten of omstandigheden (nova) dan wel, als daarin geen nova zijn gesteld, na de datum van openbaarmaking van de uitspraak waarvan herziening wordt verzocht. Een verzoek om herziening is niet-ontvankelijk en wordt niet inhoudelijk beoordeeld als het onredelijk laat is ingediend.
19 juli 2021. Gelet op rechtsoverweging 1 van de uitspraak van het College van
29 augustus 2023 heeft verzoeker deze feiten en omstandigheden al aan het tweede herzieningsverzoek ten grondslag gelegd. Met de uitspraak van 29 augustus 2023 heeft het College dat verzoek niet-ontvankelijk verklaard, omdat het onredelijk laat was ingediend. Het College ziet geen aanleiding daar nu anders over te oordelen.