De vereniging heeft een subsidie aangevraagd op grond van de Regeling tegemoetkoming energiekosten (TEK) vanwege gestegen energieprijzen. De minister verleende een voorschot en stelde later de subsidie definitief vast op een lager bedrag, waarbij een te veel betaald voorschot werd teruggevorderd. De vereniging maakte bezwaar tegen de vaststelling en stelde dat de minister onjuiste modelprijzen gebruikte en dat de vaststelling niet evenredig was.
Het College oordeelt dat de minister ten onrechte de vaststelling baseerde op artikel 4:46, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), terwijl het een vaststelling conform verlening betrof zoals bedoeld in het eerste lid. Hierdoor is het bestreden besluit vernietigd. De berekening van de subsidie is echter correct uitgevoerd volgens de referentieprijzen van 2023, die het College eerder heeft geaccepteerd.
De vereniging voerde aan dat de subsidie lager uitviel dan de werkelijk gemaakte kosten en dat de terugvordering onevenredig was. Het College stelt dat de TEK niet bedoeld is om werkelijk gemaakte kosten volledig te vergoeden, maar werkt met modelprijzen en een vergoeding van 50 procent daarvan. De terugvordering is een geschikt en noodzakelijk middel en niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven daarom in stand.
Het College draagt de minister op het betaalde griffierecht aan de vereniging te vergoeden. De uitspraak is gedaan door mr. J.L. Verbeek, in aanwezigheid van mr. T.D. Geldof, griffier.