De vennootschap heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar subsidieaanvraag uit de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting. De minister verklaarde het bezwaar ongegrond op 8 juli 2024. Hiertegen stelde de vennootschap beroep in bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
De beroepstermijn eindigde op 19 augustus 2024. Het beroepschrift was gedateerd op die dag, maar het poststempel op de envelop was van 21 augustus 2024 en het College ontving het beroepschrift op 22 augustus 2024, dus na het verstrijken van de termijn. De vennootschap stelde dat het beroepschrift tijdig in de brievenbus was gedaan, maar kon dit niet aannemelijk maken.
Het College oordeelde dat het poststempel bewijsrechtelijk uitgangspunt is voor de datum van terpostbezorging. Omdat de vennootschap niet aannemelijk maakte dat het beroepschrift tijdig was verzonden, werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.