ECLI:NL:CBB:2026:131

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
12 maart 2026
Publicatiedatum
27 maart 2026
Zaaknummer
24/728
Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig ingediend beroepschrift tegen subsidieafwijzing

De vennootschap heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar subsidieaanvraag uit de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting. De minister verklaarde het bezwaar ongegrond op 8 juli 2024. Hiertegen stelde de vennootschap beroep in bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.

De beroepstermijn eindigde op 19 augustus 2024. Het beroepschrift was gedateerd op die dag, maar het poststempel op de envelop was van 21 augustus 2024 en het College ontving het beroepschrift op 22 augustus 2024, dus na het verstrijken van de termijn. De vennootschap stelde dat het beroepschrift tijdig in de brievenbus was gedaan, maar kon dit niet aannemelijk maken.

Het College oordeelde dat het poststempel bewijsrechtelijk uitgangspunt is voor de datum van terpostbezorging. Omdat de vennootschap niet aannemelijk maakte dat het beroepschrift tijdig was verzonden, werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van het beroepschrift.

Uitspraak

proces-verbaal uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 24/728
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de meervoudige kamer van 12 maart 2026 in de zaak tussen

V.O.F. [naam 1] , te [vestigingsplaats] (vennootschap)

(gemachtigde: H.C. van den Brink)
en

de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

(gemachtigde: mr. C.J.M. Daniëls)

Procesverloop

Bij besluit van 8 juli 2024 heeft de minister het bezwaar van de vennootschap tegen de afwijzing van de aanvraag van de vennootschap om subsidie uit de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting ongegrond verklaard.
Tegen dit besluit heeft de vennootschap beroep ingesteld.
De zitting was op 12 maart 2026. Aan de zitting hebben de gemachtigden van partijen deelgenomen en verder, namens de vennootschap, [naam 2] en namens de minister C. Zieleman.
Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft het College onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.

Beslissing

Het College verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken. Uit artikel 6:9, eerste en tweede lid, van de Awb volgt dat een beroepschrift tijdig is ingediend als het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd en niet later dan een week na afloop is ontvangen. Op grond van artikel 6:11 van Pro de Awb blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
2 Het College stelt vast dat de beroepstermijn op 19 augustus 2024 eindigde. Het beroepschrift is gedateerd op 19 augustus 2024. Op de envelop waarin het beroepschrift is verzonden, staat een poststempel van PostNL met de datum 21 augustus 2024. Het beroepschrift is op 22 augustus 2024, dus na het einde van de beroepstermijn, door het College ontvangen.
3 De vennootschap stelt dat het beroepschrift tijdig op 19 augustus 2024 aan het eind van de middag – rond half vijf – in de brievenbus is gedaan. Daarbij is niet gekeken of de brievenbus op dat moment al was geleegd. Als dat wel het geval was, dan zal het beroepschrift een dag langer onderweg zijn geweest, stelt de vennootschap.
4 Het is vaste rechtspraak (zie bijvoorbeeld de uitspraken van het College van 26 februari 2021 (ECLI:NL:CBB:2021:320) en van 19 december 2023 (ECLI:NL:CBB:2023:721)) dat als een envelop een leesbaar poststempel bevat, bewijsrechtelijk uitgangspunt is dat de terpostbezorging heeft plaatsgevonden op de dag dat de envelop door PostNL is afgestempeld. Daarmee is nog niet uitgesloten dat de vennootschap het beroepschrift tijdig per post heeft bezorgd. Het is aan de vennootschap om dit aannemelijk te maken. Met wat de vennootschap heeft aangevoerd, is zij daarin niet geslaagd. Ook als het beroepschrift een dag langer onderweg is geweest, lag er nog een werkdag tussen de gestelde datum van terpostbezorging en de ontvangstdatum. De termijnoverschrijding moet aan de vennootschap worden toegerekend.
5 Het beroep is niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.P. Glerum, mr. A. Venekamp en mr. T. Pavićević, in aanwezigheid van J.R. Willemstein, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2026.
w.g. M.P. Glerum w.g. J.R. Willemstein