Uitspraak
(gemachtigde: mr. W.J.Th. Bustin)
[naam 2] en [naam 3] , en namens de minister [naam 4] , [naam 5] en de gemachtigden van de minister deelgenomen.
College van Beroep voor het bedrijfsleven
De maatschap werd beboet wegens het in de handel brengen van een rund dat nog in de wachttijd zat na toediening van het diergeneesmiddel Novem 20 mg/ml. De oorspronkelijke boete bedroeg €5.000, vastgesteld op grond van de Regeling diergeneesmiddelen 2022 en het Besluit handhaving en overige zaken Wet dieren. De maatschap stelde dat sprake was van een eenmalige vergissing waarbij de verkeerde wachttijd van varkens was overgenomen.
De rechtbank Rotterdam matigde de boete tot €2.500, omdat de maatschap aannemelijk had gemaakt dat er geen opzet was en het risico voor de volksgezondheid niet was gerealiseerd. Zowel de juiste datum van laatste behandeling als het medicatielogboek waren correct ingevuld. De minister stelde incidenteel hoger beroep in tegen deze matiging.
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelde dat de rechtbank terecht de boete had gematigd op grond van artikel 5:46, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 6 EVRM Pro. Het boetestelsel biedt beperkte differentiatie en houdt geen rekening met eenmalige onoplettendheden. Het College vond de matiging passend en zag geen reden voor verdere verlaging. De boete van €2.500 werd als evenredig beschouwd gezien de ernst van de overtreding en de omstandigheden.
Het hoger beroep van de maatschap en het incidenteel hoger beroep van de minister werden verworpen. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Tevens werd vastgesteld dat de minister correct had gereageerd op het proceskostenformulier. De beslissing werd op 31 maart 2026 in het openbaar uitgesproken door het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Uitkomst: De bestuurlijke boete wordt gematigd tot €2.500 en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.