De onderneming DC4U B.V. ontving een innovatiekrediet voor een biotechnologisch project, onder de voorwaarde dat een investeringsovereenkomst met Conchylium Investments Fund werd overlegd. De minister stelde de subsidie ambtshalve op nihil vast en vorderde onverschuldigde voorschotten terug, omdat de financiering niet werd verstrekt en het krediet deels werd gebruikt voor aflossing van een andere lening.
DC4U B.V. betwistte deze vaststelling en stelde dat er geen wijziging in de financiering was die gemeld had moeten worden en dat zij wel kosten had gemaakt voor het project. Het College oordeelde dat de minister niet bevoegd was de subsidie ambtshalve vast te stellen omdat geen wettelijke grondslag aanwezig was.
Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het besluit van 9 april 2024 herroepen. Het College bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. De minister wordt opgedragen de subsidie opnieuw te beoordelen en de onderneming in de gelegenheid te stellen een aanvraag tot subsidievaststelling te doen.
Daarnaast veroordeelde het College de minister tot vergoeding van de proceskosten van de onderneming.