2.2De minister heeft gesteld dat de provincie geen stukken heeft overgelegd waaruit blijkt dat uitvoering is gegeven aan de doelen uit het projectplan en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. Voor het onderdeel ‘Governance en financiering’ ontbreken bijvoorbeeld (concept)statuten van een vereniging in oprichting en stukken waaruit blijkt hoe en door welke partijen het nationaal park wordt gefinancierd en voor welk bedrag. De provincie heeft slechts een specificatie overgelegd van de door de programmamanager gewerkte uren over 2021. De bestede uren kunnen onvoldoende gerelateerd worden aan de onderdelen uit het projectplan, omdat eindproducten ontbreken en het project voortijdig is beëindigd. Voor het onderdeel ‘Uitvoeringsprogramma Educatie NLDelta’ ontbreekt een nadere uitwerking van de educatiestrategie. Het is bijvoorbeeld niet duidelijk hoe al bestaande educatieve programma’s zijn geselecteerd en geschikt gemaakt voor het project. Verder is niet duidelijk hoe bestaande netwerken van gidsen en ondernemers zijn geïntegreerd in het project. Uit de overgelegde stukken blijkt onvoldoende dat de bestede uren voor dit onderdeel zijn besteed aan de activiteiten en doelen uit het projectplan. De provincie heeft volgens de minister geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die maken dat sprake is van strijd met het evenredigheidsbeginsel. De kosten van NLDelta worden door meerdere partijen gedragen en het was al in een vroeg stadium duidelijk dat draagvlak voor het project ontbrak.
3 Het toepasselijke wettelijke kader is opgenomen in een bijlage bij deze uitspraak.
Beoordeling door het College
4 Het College begrijpt de grondslag van het bestreden besluit zo, dat de minister de subsidieverlening heeft ingetrokken met toepassing van artikel 4:48, eerste lid, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat NLDelta de activiteiten zoals beschreven in het projectplan niet of niet geheel heeft verricht en de gemaakte kosten niet aannemelijk heeft gemaakt.
5 Tussen partijen staat niet ter discussie dat de NLDelta voor de onderdelen ‘Masterplan NLDelta’, ‘Deltapoorten’ en ‘Publiekscommunicatie en marketing’ in het geheel geen werkzaamheden heeft verricht, zodat de minister bevoegd was de subsidieverlening op grond van artikel 4:48, eerste lid, aanhef en onder a, van de Awb in te trekken. Partijen zijn verdeeld over het antwoord op de vraag of de minister in dit geval gebruik mocht maken van zijn bevoegdheid tot (volledige) intrekking van de subsidieverlening en dus ook voor de onderdelen ‘Governance en financiering’ en ‘Uitvoeringsprogramma Educatie NLDelta’.
6 Het besluit tot intrekking van de subsidieverlening op grond van artikel 4:48, eerste lid, van de Awb berust op een discretionaire bevoegdheid waarbij een afweging van de betrokken belangen dient te worden gemaakt. Op grond van het evenredigheidsbeginsel dat is neergelegd in artikel 3:4, tweede lid, van de Awb mogen de nadelige gevolgen van het intrekkingsbesluit niet onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen doelen. Om dit te kunnen beoordelen moet de vraag worden beantwoord of het bestreden besluit geschikt en noodzakelijk is om het doel te bereiken en of dat besluit in de gegeven omstandigheden evenwichtig is.
7 Naar het oordeel van het College was de (volledige) intrekking van de subsidieverlening weliswaar een geschikt en noodzakelijk middel om de situatie van ten onrechte verleende subsidie terug te draaien, maar was het in dit geval niet evenwichtig. Uit de toelichting bij de Regeling (Staatscourant 2020, 28514) blijkt dat de subsidie was bedoeld als bijdrage voor de in de Regeling genoemde activiteiten die zijn gericht op het toewerken naar de ambities uit de ‘standaard voor de gebiedsaanduiding nationaal park’. Hieruit leidt het College af dat de kosten voor activiteiten die waren gericht op de ontwikkeling van een nationaal park voor subsidie in aanmerking komen, ook als het doel van de oprichting van een nationaal park niet is bereikt. De minister had in dit geval, gelet op de aard van de subsidie, moeten kiezen voor een minder ingrijpend middel in plaats van het geheel intrekken en terugvorderen van de subsidie. De provincie heeft namelijk aannemelijk gemaakt dat voor de ontwikkeling van het nationaal park – conform het projectplan en daarmee conform de subsidieverlening – kosten zijn gemaakt voor activiteiten binnen de onderdelen ‘Governance en financiering’ en ‘Uitvoeringsprogramma Educatie NLDelta’. Hierbij wordt het volgende overwogen.
Onderdeel ‘Governance en financiering’