ECLI:NL:CBB:2026:233
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boetes voor overtreding rookverbod in overdekte rookterrassen speelautomatenhallen
Appellanten exploiteren speelautomatenhallen en werden beboet wegens overtreding van het rookverbod op hun overdekte rookterrassen. De rookruimtes waren aan drie zijden volledig afgesloten en slechts één zijde stond via hekwerk of zuilen in verbinding met de buitenlucht. De rechtbank oordeelde dat deze rookruimtes geen terrassen in de open lucht zijn en wees de beroepen af.
In hoger beroep betoogden appellanten dat de voorwaarde dat een terras minimaal één volledig open zijde moet hebben, niet langer houdbaar is en dat hun rookterrassen wel degelijk onder de uitzondering van het rookverbod vallen. Het College overwoog dat de rookterrassen overdekt zijn en dat het enkele feit dat zij verbonden zijn met de buitenlucht niet betekent dat sprake is van open lucht zoals bedoeld in de wet.
Het College bevestigde dat de rookterrassen niet voldoen aan de uiterlijke verschijningsvorm en functie van terrassen bij horecagelegenheden en dat de voorwaarde van één volledig open zijde blijft gelden. De boetes zijn daarom terecht opgelegd en het hoger beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het College bevestigt dat de overdekte rookterrassen niet onder de uitzondering 'in de open lucht' vallen en dat de boetes terecht zijn opgelegd.