Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 juni 2026 op de beroepen van
[naam 1] , te [woonplaats] (appellante)
en
Procesverloop in beroep
Waar gaan deze zaken over?
€ 18.388,73. Na aftrek van bepaalde kosten en het al door appellante voldane bedrag, resteerde een nog te betalen bedrag van € 8.048,32. Met het besluit van 29 april 2022 heeft de staatssecretaris het bezwaar van appellante ongegrond verklaard. Tegen dit besluit (bestreden besluit I) is het beroep van appellante gericht.
€ 61.047,86 aan kosten op appellante verhaald vanwege de op 16 december 2022 uitgeoefende spoedbestuursdwang (bestreden besluit III). Het kostenverhaal ziet op de kosten voor opvang van de in bewaring genomen dieren en de dierenartsverzorging over de periode 16 december 2021 t/m 3 april 2022. De staatssecretaris heeft afgezien van kostenverhaal voor de periode 4 april t/m 31 mei 2022 (na de uitspraak van de voorzieningenrechter) en enkele andere kosten waardoor de te verhalen kosten zijn beperkt tot € 61.047,86. In totaal had de staatssecretaris facturen ontvangen voor een bedrag van € 84.575,78. Op grond van artikel 5:31c, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) richt appellantes beroep zich ook tegen dit kostenverhaalsbesluit (bestreden besluit III).
Wettelijk kader
Beoordeling van het beroep
€ 430.000,- vanwege de imagoschade die zij door de uitgeoefende bestuursdwang heeft geleden. Het College zal hierna (zie onder 7, Slotsom) een oordeel geven over dit verzoek.