De onderneming, actief in het ontwikkelen van reserveringssystemen voor ov-bedrijven, vroeg een S&O-verklaring aan voor diverse projecten in 2024. De minister wees de aanvraag aanvankelijk af wegens onvoldoende aannemelijkheid van speur- en ontwikkelingswerk. Na bezwaar werd een gedeeltelijke toekenning gedaan, maar de onderneming stelde dat de afwijzing onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd was.
Het College oordeelt dat de minister zorgvuldig heeft gehandeld bij de besluitvorming en dat de afwijzing van bepaalde onderdelen en rollen voldoende is gemotiveerd. Echter, voor het onderdeel 'data vernieuwing zonder interruptie' en enkele andere onderdelen is de motivering onvoldoende, met name omdat de minister niet duidelijk heeft gemaakt waarom bepaalde werkzaamheden geen speur- en ontwikkelingswerk zijn.
Ook is er sprake van inconsistentie met een later besluit waarin vergelijkbare onderdelen wel zijn erkend als speur- en ontwikkelingswerk. Het College vernietigt daarom het bestreden besluit gedeeltelijk en draagt de minister op binnen acht weken een nieuwe beslissing te nemen. Daarnaast wordt de minister veroordeeld in de proceskosten en moet het griffierecht worden vergoed.