ECLI:NL:CBB:2026:329
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering verbeurde dwangsom voor illegaal taxivervoer in Amsterdam
Een taxichauffeur zonder vergunning bood op 25 mei 2024 taxivervoer aan op een illegale opstaplocatie in Amsterdam. Het college van burgemeester en wethouders (B en W) had eerder een last onder dwangsom opgelegd voor het verrichten van taxivervoer zonder vergunning, met een dwangsom van €5.550 per overtreding.
Na constatering van de overtreding op 25 mei 2024 werd de dwangsom verbeurd verklaard en op 13 juni 2024 ingevorderd. De chauffeur maakte bezwaar tegen de invordering, maar het college verklaarde dit bezwaar ongegrond. De chauffeur stelde dat hij met goede bedoelingen handelde en verwees naar zijn financiële situatie en mentale problemen.
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelt dat de dwangsom terecht is verbeurd en dat het college van B en W terecht heeft besloten tot invordering. De financiële situatie van de chauffeur biedt geen reden om af te zien van invordering, omdat onvoldoende inzicht is gegeven en het gezinsinkomen niet zo laag is dat betaling onmogelijk is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de invordering blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep van de taxichauffeur tegen de invordering van de verbeurde dwangsom wordt ongegrond verklaard en de invordering blijft in stand.