De zaak betreft een beroep van een onderneming tegen het besluit van de minister van Economische Zaken om de subsidie voor een project gericht op digitalisering in fitnessclubs vast te stellen op nihil en onverschuldigd betaalde voorschotten terug te vorderen.
De onderneming had subsidie ontvangen voor een project dat gericht was op het versterken van digitale vaardigheden van fitnessmedewerkers. De minister stelde echter vast dat het projectplan niet was gevolgd omdat de activiteiten niet meer specifiek op de fitnessbranche waren gericht, maar op het mkb in brede zin. Dit werd gezien als een essentiële wijziging waarvoor geen ontheffing was gevraagd.
Het College volgt de minister in dat de subsidie terecht op nihil is vastgesteld omdat het projectplan niet is nageleefd. De terugvordering van de voorschotten is echter onvoldoende gemotiveerd omdat de minister geen belangenafweging heeft gemaakt, met name geen rekening heeft gehouden met de financiële gevolgen voor de onderneming.
Het College draagt de minister op binnen twaalf weken het gebrek in de motivering van de terugvordering te herstellen of een ander besluit te nemen, waarbij de onderneming medewerking moet verlenen aan het verstrekken van financiële gegevens. Het College houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak.