Uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
uitspraak van de meervoudige kamer van 24 februari 2026 in de zaak tussen
[naam 1] B.V., te [woonplaats 1] (vennootschap)
de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Procesverloop
Overwegingen
Bevinding(en):
niet-naleving van een conditionaliteit opzettelijk begaan als de landbouwer de desbetreffende niet-naleving heeft beoogd of als de landbouwer het risico heeft aanvaard dat zijn handelen of nalaten een niet-naleving tot gevolg heeft. De criteria aan de hand waarvan de opzet wordt beoordeeld staan vermeld in het tweede lid. Bij een geconstateerde opzettelijke niet-naleving wordt het totale bedrag aan verleende GLB-subsidies met ten minste 15% gekort (artikel 85, zesde lid, van Verordening (EU) 2021/2116 en artikel 10 van Pro Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/1172).
Ik gooide de slang in het water en zag dat ik er te dicht op stond. Ik had haast en dacht laat maar.[…]
”,de conclusie mocht verbinden dat [naam 2] daarmee de mogelijkheid heeft aanvaard dat zijn handelen of nalaten een niet-naleving tot gevolg heeft. Door in weerwil van de constatering dat de spuitapparatuur (te) dicht bij de sloot stond, deze niet te verplaatsen naar een afstand van ten minste twee meter van de sloot alvorens te beginnen met het vullen daarvan, is sprake van het bewust nalaten van een handeling waarmee de niet-naleving had kunnen worden voorkomen.
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- bepaalt dat de minister het betaalde griffierecht van € 385,- aan de vennootschap dient te vergoeden.