Uitspraak
1.[verpachter sub 1],
[verpachter sub 2]
[verpachter sub 3],
[verpachtster sub 4],
[verpachtster sub 5],
1.[pachter sub 1],
[pachtster sub 2],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Grondkamer
In deze zaak hebben verpachters beroep ingesteld tegen de beschikking van de grondkamer Zuid die de pachtovereenkomst met pachters had gewijzigd en goedgekeurd. De pachtovereenkomst betreft cultuurgrond met een totale grootte van 2,16,50 hectare, met een oorspronkelijke pachtprijs van ƒ 5.000 uit 1999. De grondkamer heeft de pachtprijs aangepast naar € 608,34 per hectare vanaf 21 maart 2019 en de pachtduur vastgesteld op de wettelijke termijn van zes jaar.
Verpachters stelden onder meer dat de pachtkamer onjuist had gehandeld door de pachtovereenkomst vast te leggen zonder rekening te houden met de ambtshalve toetsing door de grondkamer, dat er sprake was van belangenverstrengeling omdat dezelfde voorzitter beide kamers leidde, en dat de pachtprijs onbillijk hoog was. De Centrale Grondkamer oordeelde dat pachtkamer en grondkamer verschillende taken hebben en dat de pachtkamer niet toetst aan het pachtprijzensysteem, dat dit een exclusieve taak van de grondkamer is.
Verder concludeerde de Centrale Grondkamer dat er geen sprake is van belangenverstrengeling omdat de functies van voorzitter in beide kamers gescheiden zijn en dat de gevolgde systematiek billijk is. Ook wees de Centrale Grondkamer het verzoek af om de pachttermijn te wijzigen of de pachtprijs te baseren op vrijwillige betalingen voorafgaand aan de toetsing. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de beschikking van de grondkamer bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Grondkamer bevestigt de beschikking van de grondkamer en wijst het hoger beroep van verpachters af.